Het Niets van Skeleton Coast
Boekknop
Niets te zien

Van Swakopmund loopt de C34 langs de kust naar het noorden. Er staat een harde wind uit het zuiden van over de Benguela Stroom en daarom is het koud - voor het eerst sinds maanden heb ik het koud; ik draag mijn windjack tegen de wind en de kou - en hangt er dichte mist die in de loop van de ochtend optrekt. Links de zee, rechts de woestijn. Een lange rechte weg waarlangs niets is te zien. Het Niets, dat de woestijn anders maakt dan alle andere landschappen, het Niets waarvan ik houd. Niets te zien? Ik passeer Wlotzkasbaken, Jakkalsputz, Henties Baai; plaatsen waar een normaal mens gek zou worden maar gewild door hen die houden van het Niets. Wlotzkasbaken en Jakkalsputz: winderige plaatsen, levenloos als de omringende woestijn, niet meer dan verzamelingen van huizen met watertanks ernaast in vrolijke pasteltinten. Henties Baai moet het hebben van de toeristen op weg naar het noorden of naar het oosten, naar Cape Cross en naar Uis en de Brandberg, en van de sportvissers die over de C34 rijden naar hun favoriete stek in grote pickups met de hengels als reuzen voelsprieten op de grille. Niets te zien? Langs de weg staan kruisen op de plaatsen waar God een mens riep. Zoals langs alle rechte wegen in de woestijn en de steppe waar niets te zien is. God is daar barmhartig; verblindt de geroepene voor de naderende dood van de tankauto of de bocht in de weg. Karl Holz werd geroepen op 26 augustus 1999. De inscriptie op het houten kruis is bijna uitgewist door de wind en het zout. Niets te zien? In de branding ligt de gestrande Ze'la, een kustvaarder. Ook door God geroepen. Heel lang geleden kan het niet zijn gebeurd: het schip is nog intact, niet uiteengeslagen door de golven, niet door mensen beroofd van antennes en masten. Niets te zien? Voorbij Henties Baai ligt Cape Cross, een eenzame kaap bewoond door een enorme kolonie pelsrobben. Het zeewater schuimt er geliggroen van de poep en het stinkt er afschuwelijk. In 1485 landde Diego Cão op de kaap, richtte er een padrão op, een stenen kruis - vandaar 'Cape Cross' - voor God en de koning van Portugal en zeker ook om te melden: 'Ik, Diego Cão, kwam hier, opgelucht na een onzekere reis'. Er staat nu een replica; het origineel zou te zien zijn in het museum van Windhoek maar daar weet niemand ervan. Pal er naast plantten de Duitsers in 1895 hun eigen kruis, misschien voor Gott und Kaiser maar dat staat er niet bij. Ik verdenk ze van 'me too'. Ik voel meer mee met Diego Cão. Opgelucht aangekomen, na een onzekere reis. Bevrijd van zorgen. Voorlopig.