Mahangu Park
Dagboek
Wilde beesten kijken

Mahangu staat op mijn lijstje voor de Caprivistrip. 'Nijlpaarden, neushoorns, olifanten' staat er bij. Pal naast het park ligt Mahangu Lodge, op de oever van de Okavango, midden in de overstroomde vloedvlakte. Ik huur er geen bungalow ('chalet'; de eigenaar is een Zwitser); veel te duur. Ik kampeer, voor vijf euro. Voor dat bedrag zijn de voorzieningen uitstekend: toilet en douche met warm en koud water, licht, voor elke kampeerder is er een eigen hoekje gemaakt in het bos en ik kan gebruik maken van de voorzieningen van de lodge: van het restaurant, van de bar (natuurlijk), van het zwembad (want je kunt niet zwemmen in de Okavango vanwege de nijlpaarden en de krokodillen) en van de tripjes die de lodge organiseert over de Okavango en naar het park. De parkwachter komt me 's morgens ophalen met een terreinwagen.

Ik heb er geen olifant en geen neushoorn gezien. Die beesten huizen wel in het park maar vertonen zich niet op bestelling. Zegt de parkwachter. De nijlpaarden verschuilen zich in het riet langs de oever van de Okavango; af en toe komt er een snuit boven water met twee gemeen loerende oogjes. 's Nachts grazen ze op het kampeerterrein in de buurt van mijn tent. Ik hoor ze, dichtbij, kauwen en grommen en snauwen want het zijn humeurige beesten die weinig kunnen velen. 'Beware of the hippo's' staat overal op bordjes rondom Mahangu Lodge; kijk uit voor de nijlpaarden. Wat moet ik doen als zo'n beest me achterna komt? 'Dan moet je in een boom klimmen' zegt de parkwachter 'want nijlpaarden kunnen niet klimmen.' Ik ook niet. Ik raak gewend aan nijlpaarden 's nachts rond mijn tent. Het maanlicht projecteert een grote schaduw op het tentdoek. Ik ga niet kijken.

Geen olifanten, geen neushoorns maar er is genoeg dierenleven te zien in het park en langs de Okavango. Giraffen, zebra's, buffels, struisvogels, impala's, rode lechwen, kudu's, apen. In de verte loopt een giraffengezin: 'vader loopt voorop, dan komt het jong en moeder sluit de rij' legt de parkwachter uit. Het bezwaar van wilde dieren in het wild is dat ze weglopen voor mensen zodat ik voornamelijk konten zie. Dat is niet bevorderlijk voor de herkenning want aan een kont valt doorgaans weinig te zien. Behalve bij de impala die er juist aan herkenbaar is; er lopen drie donkere strepen over zijn achterste: een op de linkerbil, een op de rechter en een op de staart. De Burchell zebra onderscheidt zich van andere zebrasoorten doordat de strepen op de flanken doorlopen maar dan moet je die zebra wel op de flanken kunnen zien. De Kudu heeft dunne lichte strepen op de grijze flanken. De rode lewche onderscheidt zich van andere antilopen door donker behaarde voorpoten. De zwartsnuit impala heeft, behalve de drie strepen op zijn achterste, ook een donkere neus. Zo'n beest moet je van achteren en van voren kunnen bekijken. Ik zou die dieren graag op een draaitafeltje willen plaatsen om ze rustig te kunnen bekijken maar dat willen die dieren niet. Planten kijken is veel gemakkelijker; die lopen niet weg. Wilde dieren zijn het best te bekijken in de dierentuin waar ze niet weg kunnen lopen. Er is een uitzondering: waar 's nachts de nijlpaarden rond mijn tent grazen houden zich overdag een viertal struisvogels op. Ze zijn min of meer tam; dat wil zeggen: ze zijn aan mensen gewend. Die struisvogels keuren mij geen blik waardig, op een na die hogelijk geinteresseerd is in mijn doen en laten. Hij komt tot dichtbij de tent, rekt zijn lange nek uit om het allemaal beter te kunnen zien, buigt zijn kop naar links en rechts voor de beste blik. Het had nog moeten gebeuren dat hij (of zij) 's morgens zijn (of haar) kop onder het tentdoek stak. Van die struisvogel heb ik een paar mooie close-up foto's kunnen nemen. Dat was nog niet gemakkelijk want de vogel pikte voortdurend naar de lens en vooral naar het draagbandje.