Bloed voor gras
dagboek
Brons voor bloed

Boeren, Britten en Zoeloes vochten om de vruchtbare graslanden van Natal dat daarom bespikkeld is met slagvelden en monumenten. Zoals het slagveld van de Bloedrivier waar de Boeren de Zoeloes in de pan hakten. Heilige grond. Even wat geschiedenis. Tussen 1835 en 1838 verlieten duizenden Hollandse, Franse en Duitse kolonisten de Kaapkolonie, vooral omwille van anti-Engelse sentimenten. De groep is bekend geworden als de Voortrekkers. Ze trokken naar het oosten, naar Natal. Piet Retief, de leider van de Voortrekkers, onderhandelde met Dingane, de koning van de Zoeloes, over grond voor zijn Trekkers. Dingane tekende een verdrag waarin hij afstand deed van al het land tussen de Drakensbergen en de Umzimvuburivier. Ter gelegenheid van dat verdrag organiseerde Dingane voor Retief en zijn delegatie een feest. Er werd bier gedronken en er werden dansen opgevoerd. Wat Dingane precies bezield heeft is onbekend – misschien was hij bang voor een mes in zijn rug? – maar na het feest liet hij Retief en zijn mannen gevangen nemen, martelen en met knuppels doodslaan. Piet Retief was de laatste en hij zag zijn eigen zoon sterven. Dat namen de Voortrekkers niet en zetten een strafexpeditie op touw onder leiding van Andries Pretorius. Dingane zag ze al van heinde en verre aankomen, bracht zijn eigen leger op de been – vijftienduizend Zoeloes tegen vijfhonderd Trekkers – en zette Pretorius klem in een bocht van de rivier die later bekend werd als de Bloedrivier. Pretorius liet zijn huifkarren in een cirkel opstellen en vormde zo een versterkt kamp, een lager. De Voortrekkers hadden vuurwapens en ook een paar kanonnen terwijl de Zoeloes bewapend waren met speren en schilden. Dingane had op zijn vingers na kunnen tellen hoe dat zou aflopen: beroerd. De Zoeloes sneuvelden bij bosjes. Toen deed Pretorius ook nog een uitval, dreef de Zoeloes de rivier in waar hij ze liet afslachten. Vandaar de naam Bloedrivier. Geen van de Voortrekkers had ook maar een schrammetje.

Het slagveld is te bezoeken. Vanaf de weg die Vryheid met Dundee verbindt gaat een onverharde weg door eindeloos geel gras naar de plaats van de slag. Daar staat een museum met het verhaal van de slag op borden en er staat een monument: het lager is nagebouwd, op ware grootte, in brons. Op de plaats van het bloed zijn tonnen brons vergoten. Ik ben de enige bezoeker; het Voortrekkersepos leeft kennelijk niet meer. Dat biedt hoop voor de toekomst. De Zoeloes hebben een eigen museum opgericht, drie kilometer verderop, aan de overzijde van de rivier, ongeveer op de plaats waar Dingane de ondergang van zijn krijgers gadesloeg. Jammer; het zou goed geweest zijn voor de verzoening als beide partijen samen een museum hadden gedeeld. Ook die vijftienduizend Zoeloes hadden in brons kunnen worden gegoten - dan was de plaats vast nog veel indrukwekkender geworden en waren er zeker ook meer bezoekers - en naast de informatieborden in het museum hadden de Zoeloes hun eigen borden kunnen plaatsen: 'Gemarteld? Helemaal niet! Gewoon robuust verhoord.'