Zo maar wat gedachten ...
"Hoe was je vakantie?" Er is geen groter affront voor de reiziger dan die vraag. "De echte reiziger", vindt de reiziger. De vraag ontkent de moeite van de reis, op eigen kracht zonder steun van een touroperator, reisleider, bezemwagen of ANVR-garantiefonds. De reiziger is géén toerist. Soms ben ik jaloers op toeristen die ik ontmoet op plaatsen waar zij vanzelfsprekend zijn terwijl ik er met de grootste moeite ben gekomen. Dat brengt me op een ander onderscheid tussen toerisme en reizen: voor de toerist gaat het erom ergens te zijn terwijl voor de reiziger, in ieder geval voor mij, de belangrijkste uitdaging is ergens te komen. Neem Cairo: de toerist die gebracht is per vliegtuig heeft herinneringen aan de piramiden bij Gizeh en aan het Egyptisch museum. Ik vind de piramiden en het museum óók fantastisch maar als ik aan Cairo denk, dan denk ik aan de triomf die ik voelde die stad binnen te rijden na de maandenlange worsteling door woestijnen en over grenzen. Ergens te zijn of ergens te komen, dat lijkt me een essentieel verschil tussen toerisme en reizen. Dat geldt ook voor de toerist die de trip boekt met de Transsiberië Express naar Vladivostok of Peking. Voor die toerist is het geen opgave daar aan te komen. Vladivostok is geen bestemming maar gewoon onderdeel van de deal. De toerist is voortdurend op zijn bestemming: hij is in de trein, in Irkutsk en uiteindelijk in Vladivostok. Voor mij is de grootste opgave er te komen, een worsteling door hitte en stof, door modder en kou over duizenden kilometers.

De World Tourism Organization heeft toeristen omschreven als "mensen die reizen naar plaatsen buiten hun gebruikelijk milieu, die niet meer dan één jaar voor vrije tijd, zaken en andere doeleinden blijven en die niet beloond worden voor hun activiteit ter plaatse". Oef, daar is lang over nagedacht. De kern van die definitie is "buiten hun gebruikelijk milieu". Natuurlijk, Cairo of Ibiza liggen buiten het "gebruikelijk milieu", fysiek gezien. Maar volgens mij is de intentie van de toerist nu juist om zijn "gebruikelijk milieu" zoveel mogelijk mee te nemen naar ongebruikelijke plaatsen en zo mogelijk verschoond te blijven van het milieu ter plaatse. De toerist die de 14-daagse Nijlcruise boekt wil op het achterdek van het cruiseschip zonnen met een pilsje bij de hand en zijn vrouw in bikini naast zich en uitzien over een ongebruikelijke fysieke omgeving. Dat is wat de toerist wil: hij wil "thuis" meenemen naar een ongebruikelijke plek. De reiziger daarentegen wil "thuis" helemaal niet meenemen, hij wil juist loskomen van "thuis" of misschien ook niet maar veel keus heeft hij niet want het milieu ter plaatse dringt zich op.

De reiziger wil loskomen van zijn wortels, van "thuis". Hij gaat daarom zonder reisgenoot. Een reisgenoot is het ultieme sociale thuis. De reisgezelschappen en de paren jongeren: druk pratend met elkaar, uitsluitend met elkaar, omgeven door een ondoordringbare, onzichtbare maar duidelijk aanwezige cocon waardoor ze onaangeraakt kunnen bewegen. Ze hoeven geen moeite te doen zich thuis te voelen omdat ze thuis hebben meegenomen. Alleen, zonder reisgenoot, ben je gedwongen contact te zoeken, aan te raken en aangeraakt te worden. Anders word je gek, in ieder geval erg eenzaam. Een reiziger reist niet per auto. Een auto is het ultieme fysieke thuis; een afgesloten plek, een miniterritorium, een cocon van staal en glas waarop de buitenwereld wordt geprojecteerd.

Ik reis per motor. Het had ook gekund met het openbaar vervoer of lopend of met de fiets maar ik heb nu eenmaal een motor. De motor is een ideaal contactpunt, lokt nieuwsgierigheid en dus vragen en gesprekken uit. En de motor geeft het maximum aan zelfstandigheid en openheid. Op de motor ruik je de stank van de stad en voel je de hete lucht van de woestijn. Reizen per motor is "slow-travel": driehonderd kilometer op een dag, een enkele maal zeshonderd. Ik zie de lucht, het land en het leven en merk de veranderingen op. De meeste toeristen merken dat helemaal niet. Die reizen met de airconditioned nachtbus of met het vliegtuig. Ze zijn verplaatst, komen ergens aan en merken dan pas dat er iets veranderd is.

Reizen is gewoon werk: de motor op orde houden en de kleren, visa regelen, een overnachtingsplaats zoeken of een werkplaats. Ik heb nieuwe banden nodig. Het grootste deel van de wereld is plat en de weg een rechte streep. Saai. Soms is er de prikkelende rimpeling: kijken en lachen naar de meisjes bij de bron. Ze lachen verlegen terug en lopen giechelend weg: het is een vreemdeling. Onbekende regels en omstandigheden: wat mag nog net en wat niet? Ik hoor er niet en ik hoor er niet bij. Wie zal voor je opkomen? Het angstwekkende gevoel kwetsbaar te zijn.

De kick zit in de momenten dat de deuren naar een andere wereld open gaan. De ervaring van de leegte van de steppe. De grote steppe van Kazachstan en de Mongoolse steppe, de pampa's van Argentinië en de prairies van Noord Amerika. De leegte roept het verlangen op er in op te lossen. Ik word toe gezogen naar de horizon, spleet tussen aarde en hemel die de doorgang is naar die andere wereld. Ik had de ervaring van de woestijn, de ervaring van de wereld van het niets. Dat is een religieuze ervaring: "IK ben bij je". "In de naam van God, de Erbarmer, de Barmhartige": de kerntekst van de Koran drukt de ervaring van de woestijn uit. Ik beleefde de oneindigheid van Siberië. "Sibir" betekent "stilte": waar elk geluid verdwijnt. Een randloze ruimte. Majestueus en huiveringwekkend. De ervaring van de leegte, van het niets en van de oneindigheid stijgen ver uit boven de fysieke ervaring van de kilometers, de hitte, de kou en het stof.

Ik heb duizenden kilometers afgelegd met alleen mijn eigen schaduw als gezelschap. En de geesten van verkeersdoden, heiligen en sjamanen die hun tekens hebben langs de weg en me zwijgend nastaren. Dan worden ontmoetingen een ervaring. Ontmoetingen van mens tot mens voor een moment – avond en nacht, soms een dag – zonder verleden en zonder toekomst. Ik neem afscheid, zeg 'tot ziens' tegen de mens die ik nooit meer zal zien. Reizen is voortdurend afscheid nemen. Met ontroering denk ik aan Khumsan in Luxor, aan Murat in het bergdorp Nokhur, aan Doesja in Zjireken, aan Frau Klein in Puerto Varras, aan Innocent in Dar es Salaam, aan zovelen. Ik nam Masaaki Honda mee en later Fernando om de leegte te kunnen dragen. Ze reisden met mij mee, virtueel, op de geheugenkaart van mijn fotocamera. Fernando, nog een tiener, verdween in de hel van de Latijnsamerikaanse dictaturen. Masaaki stierf toen hij twaalf was, door de Bom. Heel vaak heb ik gezegd: 'Kijk Masaaki, kijk door de lens naar de wereld!' Behalve in Los Alamos. Toen heb ik de lens voor hem gesloten gehouden.

Reizend hoor ik niet meer tot de samenleving waaruit ik voortkom en niet tot de samenleving waarin ik terecht kom. Ik bevind mij in een niemandsland en dat is een mooie positie om waar te nemen. Dat is wat ik het grootste deel van de tijd doe: waarnemen. Heel vaak is gevraagd: 'Waarom ben je naar hier gekomen?' Ik zeg: 'Ik kom voor jou, om te zien hoe het met je gaat.' Dat is een geweldige ijsbreker maar ik meen het ook. Ik krijg een kom yoghurtsoep, 'our national dish', omdat ik helemaal uit Galandija ben gekomen en onbesjbin kilometer heb gereden om hen te bezoeken. Ik ben de armoede van de lege maag tegen gekomen, de zelfverminking om het bedelen kracht bij te zetten, de hopeloosheid van de Russische bejaarden die alles hebben verloren. Ik heb in ogen de paniek voor morgen gelezen. Maar ik kan óók zeggen: met het overgrote deel van de mensen die ik heb ontmoet of gezien gaat het goed, naar omstandigheden. Miljoenen bouwen een klein bestaan op in de marge van de grote economie. Een stalletje, werkplaats, motortaxi. Ze doen mee en dat is waar het om gaat. Ze hebben hoop: "Ik heb niet leren lezen of schrijven maar mijn kinderen, die gaan naar school en misschien wordt er een wel dokter of advocaat!" Ik heb het een eer gevonden die mensen te ontmoeten.

Ik reis voor de ervaring van de leegte en de oneindigheid en ik reis voor de ontmoeting. Ik reis voor de hemel en de aarde. Heb ik gevonden wat ik zocht? Ja, ik heb gevonden wat ik zocht. En het ook onmiddellijk weer verloren. Dat is goed want als ik behield wat ik vond zou er geen reden meer zijn te zoeken. En dat is waar het bij reizen om draait, in ieder geval voor mij.